Weinig bekende feiten over slotenmaker Tienen.

De kunst en betreffende hoofdhaar de kunstenaars werden in die dagen ook niet slechts door de ‘Maecenaten’, waaronder ettelijke kooplieden -  handelaars zegt men thans -  gesteund doch tevens via dit oppergezag in den lande krachtig aangemoedigd.

Geen wonder, dat een physische effecten van het te tezamen zijn van individuen aangaande zoveel verscheidene rassen, op de aard en een lichaams­gedaante der afstammelingen, uit zo onderscheiden landaard gesproten, zichzelf noodwendig openbaarden. Men beweert dat dit verder daaraan is toe te typen, het een mindere klassen tussen een populatie van Delft, zelfs na verloop van welhaast drie eeuwen, door menig lid der vrouwelijke sekse nog heden ten dage getuigen met een onmiskenbare invloed welken een huwelijken over inboorlingen betreffende vreemden op een lichamelijke vormen en ontwikkeling van dit nakroost plegen uit te oefenen.

Op een hoek met de Burgwal met de Jacob Gerritszstraat was een thuis van Robbrecht Symensz van Nijl, die betreffende bestaan ambacht was ‘pelletier’ ofwel ‘peltenier’ - in dit frans pelletier - zeker pelsmaker ofwel bontwerker. Men weet dat geleerden, zowel als kooplui, overheidspersonen, zo juist mits edellieden, ook niet louter op straat, doch ook in huis en in de vergaderzaal, betreffende bont ‘gevoederde’ opperkleren droegen.

Betreffende ons zomertijd- ofwel speelhuisje en een kleine tuin geneerden zich een ‘Heeren’, die Delft destijds regeerden. Later, destijds een Haagweg bestraat en met bomen beplant was, bouwden ze zichzelf daar zomerverblijven, welke, met uitzondering met ‘ Pasgeld’ en dit ‘Woonhuis te Hoorn’, al die bestaan gesloopt ofwel voor meer productieve doeleinden beschikken over behoren te plaats vervaardigen.

Ofwel welke steen moest herinneren, het blindheid, in geestelijke betekenis, een onafscheidelijke gezellin der domheid pleegt te bestaan, is mogelijk, omdat onze voorouders veel hielden over symboliek ofwel verbeelding ener zaak door plastische voorstelling.

In de Resolutiën der Generale Staten, op te starten met dit jaar 1601, komt bestaan benaming zodra ‘plaetsnijder tot Delft’ herhaalde malen voor, onder verdere voor indien maker betreffende een kaart betreffende de belegering betreffende Sluis, waarvoor je in 1602 honderd daalders kreeg. Vanwege dat bedrag werd hij desalniettemin immers geacht meer dan 20 kaarten te leveren.

) jaar geleden schreef aangaande Bleyswijck in bestaan Catalogisering van Delft, over het Groote ofwel Oude Bagijnhof sprekend, dat dit had “een groote ruyme poort voor aen straet, hedendaegs om redenen sonder deuren, en by duisternis soowel zodra des daegs altijt ongesloten, dragende in haer voorhoof ons antieke vervallen en mismaeckte Basreleve over witen Orduyn, zijnde ons St. Antonis tentatie ofwel soo wat diergelijcks”.

We veroordelen deze handelswijze, vinden dit uiterst laakbaar voor een bestuurder en tekenen hiertegen ernstig protest aan.

Lucasgilde. Hetgeen de kunst betreffende het beeldsnijden in hout voorheen vermocht, mag men bij andere aanschouwen in de lijst om een plattegrond aangaande een plaats Delft, welke hangt in de kamer over B&W in het raadhuis [nu in de studiezaal met het gemeentearchief]

In de loop der eeuwen zijn ze uitgestorven, verhuisd ofwel tot een meer nederige positie afgedaald, vervolgens welke via hun voorvaderen in de maatschappij werd ingenomen en daarmee op hun beurt de waarheid bevestigd over de spreuk dat niks bestendiger kan zijn dan onbestendigheid.

Uiteindelijk laat je op deze plaats enige opschriften met gevelstenen en uithangborden volgen die met een huizen te vinden waren. Ze hadden de functie om iemands woonhuis te mogen aanduiden in een tijd waarin een deel met een bewoners niet kon bekijken.

Vermoedelijk was deze ‘uitgeknipt’,  zoals wijlen Betreffende Lennep het uitdrukte, en had hij betreffende zijn werkzaamheid zoveel verdiend dat deze verder zijn ledige tijd met Apollo kon wijden en daarmee in de omgeving de bijnaam ‘de pijper’ had gekregen, omdat deze zo virtuoos op de ‘pijpe’ of ‘fluite’ speelde.

Op een zuidoosthoek met de Kloksteeg woonde in 1600 Jan Cornelisz, wiens brouwerij ‘Inde Clock’ heette en tegelijkertijd de steeg hoofdhaar benaming gaf. Ons reeks betreffende deftige herenhuizen volgde op evengenoemde woonhuis. In het begin welke over mr. Pieter van der website Verdere ‘pensionaris deser stadt’, wiens portret door Willem Jacobsz. Delff, de bekende plaatsnijder, naar het schilderij over zijn schoonvader, Michiel Johannes van Mierevelt, in koper werden gegraveerd, toen die overheidspersoon een leeftijd van 76 jaren had bereikt.

‘Voorheen’ en ‘thans’ openen ook hier ons ruim veld met vergelijking, waardoor een uitspraak over Salomo, dat er niets nieuws bij de zon is, dikwijls bevestigd wordt. Verder trof men aan een noordzijde aangaande het Rietveld nog ons woonhuis betreffende een benaming ‘Griekenlandt’. Met de zuidzijde betreffende het Rietveld treffen we gering bijzonders aan, of het moest de woning aangaande de ‘gardenier’ (hovenier ofwel tuinman) ‘aangaande de princesse over Chemeye’(Chimay) bestaan, betreffende twee haardsteden, en ‘doctor Fabianus a Nijehoff’ welke daar ons huurhuis bewoonde met vijf haardsteden. Het huis was dit grootste betreffende de gehele nabijheid. Het merendeel der woningen werden slechts vanwege één stookplaats aangeslagen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Weinig bekende feiten over slotenmaker Tienen.”

Leave a Reply

Gravatar